Sem vroeg vorige week nog of ik wist hoeveel tanden een haai in zijn leven kwijtraakt. Dat wist ik niet. Nu wel. We missen hem enorm in de klas.
Lieve Marijke en Joost, jullie hebben het zo goed gedaan. Sem wist tot het laatst dat hij veilig was. Dat is jullie verdienste.
Sem was mijn beste vriend. We zouden deze zomer de knikkerbaan door het hele huis maken. Ik ga hem toch afmaken.
Vierendertig jaar naast elkaar gewoond. Ze kwam altijd even langs met iets uit de oven, ook als er niets te vieren was.
Als kind logeerde ik er elke zomer een week. Ik mocht altijd opblijven tot de film afgelopen was, en dat bleef ons geheim.
Wij denken aan de familie. Ze heeft hier zoveel mensen door een moeilijke nacht heen geholpen.
Ze speelde scherp en ze verloor slecht. Dat mag ook gezegd worden.
Zij is degene die mij heeft leren fietsen, op het pleintje achter het huis. Mijn moeder durfde het niet aan.
Sterkte gewenst met dit grote verlies. Wij denken aan jullie.
Elke donderdag stond ze er, tot vorig jaar. Altijd met een boek dat ze speciaal voor iemand apart had gelegd.
Namens de hele straat: het was een voorrecht haar te kennen.
Ze heeft me opgenomen alsof ik er altijd al bij hoorde. Dat vergeet ik nooit.